|
Klaagzang door Verouderd belastingverdrag |
Paramaribo - Het belastingverdrag, dat in 1975 tussen Suriname en Nederland tot stand is gekomen is (te) oud en kent vele obstakels voor het huidige tijdperk. On deze reden organiseerde de Surinaamse Federatie van Belastingadviseurs (SFB) een studiedag met als onderwerp "Internationaal Belastingrecht". De lezing werd verzorgd door de twee fiscalisten Anouschka Nabibaks en Roy Rijger. Naast het verdrag kwamen tevens andere obstakels, die het belastingsysteem ondervindt, aan de orde. Wil de overheid belasting heffen van ondernemerschappen dan moet er sprake zijn van een zogeheten vaste inrichting. Dit zijn bijvoorbeeld gevestigde kantoren, filialen, gebouwen etc. die minimaal drie maanden in het jaar hun werkzaamheden in het desbetreffende land verrichten. Bovenal wordt een vaste inrichting getypeerd door het feit, dat zij een vertegenwoordiger heeft; een persoon die gemachtigd en bekwaam is om transacties namens de onderneming te verrichten.
In 1922 kwam de Wet Inkomsten Belasting (IB) tot stand. Hoewel er gediscussieerd kan worden over de huidige toepassing van de wet, erkent Nabibaks dat de wet een grote bijdrage heeft geleverd aan de offshore werkzaamheden van Suriname. Staat er bijvoorbeeld in de Nederlandse regelgeving dat een vaste inrichting tevens kan worden gekenmerkt als zijnde luchtkarteringswerkzaamheden en andere werkzaamheden vanuit de lucht verricht op de inventarisatie van natuurlijke hulpbronnen, zo zijn in de Surinaamse regelgeving de woorden vanuit de lucht weggelaten, waardoor de regelgeving ook valt onder vrachtschepen en andere vaartuigen.
Deze heffing, meent Nabibaks, is één van de schaarse positieve aspecten van de oude wet. Net als de wet IB is het verdrag tussen Suriname en Nederland in het huidige tijdperk erbarmelijk. "Suriname heeft toentertijd slechte onderhandelingen gevoerd met Nederland, we konden meer uit de kan halen. We worden tot op heden benadeelt door het verdrag", aldus Nabibaks. Een groot probleem, dat menig remigrant ondervindt, is het feit dat Nederland vele andere verdragen door de jaren heen is aangegaan, waardoor het verdrag van '75 een beperkte wederkerigheid bezit. Is het percentage van belastingheffing bij de Surinamers in Nederland laag, bij terugkomst in Suriname kan deze zo 40 % zijn. Het 'lage loon' in Nederland is immers 'hoog' bij terugkomst in Suriname.
Een ander probleem waar Suriname mee kampt is het protocol van de zogeheten 'branche profit tax'. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid voor een buitenlandse NV om in Suriname een filiaal te vestigen en de bronbelasting te vermijden. Hierdoor wordt de doorgaans 7,5 % dividendbelasting vermeden. Met het oog op de knelpunten van het verdrag, zoals onvoldoende kennis en wetenschap over de gevolgen en een matig fiscaalbeleid, wordt er onder andere gepleit voor het ontwikkelen van nieuw fiscaalbeleid. "Want", zo zegt Rijger, "we hebben een verdrag dat totaal niet werkt, omdat het verdrag niet leeft. Nederland zal hoogstwaarschijnlijk niet met nieuwe voorstellen komen, gezien zij geen hinder van de zaak ondervindt".
|