|
Derby moest ook op verdachtenlijst |
BOXEL - Fred Derby (nu wijlen), en destijds de enige overlevende van het december '82 bloedbad, hoorde ook op de verdachtenlijst, die het Openbaar Ministerie heeft samengesteld in de strafzaak naar de zogenoemde 'Decembermoorden'. Dat zei strafpleiter Irwin Kanhai naar aanleiding van getuigenverklaringen in het strafdossier.
Een getuige heeft onder ede verklaard dat Derby op 8 december 1982 samen met hoofdverdachte Desi Bouterse en toenmalig garnizoenscommandant Roy Horb (nu wijlen) op Bouterse zijn werkkamer in het Fort Zeelandia een “heildronk” met champagne of whisky had uitgebracht. Kort daarna werden 15 mannen die samen met vakbondsleider Derby door het leger waren opgepakt en in het fort ondergebracht, doodgeschoten. Derby was de enige overlevende van het bloedbad.
Auditeur-militair John Mohammedamin verwierp de zienswijze van de advocaat en riep de Krijgsraad op deze “onethische stelling te verwerpen”. Kanhai zijn verweer is volgens de auditeur-militair “van elke juridische grond ontbloot”. De strafpleiter voerde ook aan, dat de vakbondsleider op 13 december '82 een urenlang onderhoud met Bouterse had te Domburg, op dezelfde plek waar nu de Krijgsraadzittingen in het Decemberstrafproces worden gehouden. Kanhai: “13 december is een gevolg van die heildronk van 8 december”. Hij verwijst verder `naar verklaringen van getuigen zoals ex-minister Siegfried Gilds en Derby's dochter, die onder ede hebben verklaard, dat Derby nooit heeft verklaard wat hij en Bouterse op 13 december onder vier ogen hebben besproken. “Het is geen ding om over te praten”, zou mevrouw Derby-Dollart onder ede hebben verklaard, terwijl Gilds min of meer hetzelfde zei.
De advocaat die namens Bouterse en enkele andere verdachten optreedt, beschuldigde het OM van willekeur bij het aanwijzen van de verdachten. Hij voerde onder meer aan, dat Derby de laatste persoon was die de latere slachtoffers Lesley Rahman en Eddy Hoost levend had gezien. Kanhai vroeg zich af waarom Derby die enkele dagen na de moorden een tête-à-tête had met de hoofdverdachte, niet op de verdachtenlijst staat, terwijl anderen zoals Iwan Krolis, Errol Alibux en Imro Themen op grond van vage verklaringen wel in de verdachtenbank zitten.
De verweren van Kanhai weerleggend, stelde de auditeur-militair, dat Artikel 19 van het Wetboek van Strafrecht duidelijk voorschrijft hoe iemand als verdachte wordt aangemerkt.
Dat iemand dagen nadat een strafbaar feit is gepleegd, wordt gesignaleerd met de hoofdverdachte of zwijgt over een onderhoud met die hoofdverdachte maakt hem niet automatisch tot verdachte, stelde Mohamedamin. Daarnaast heeft Derby over zijn detentie in Fort Zeelandia op 8 december totaal andere verklaringen afgelegd. Evenzo tientallen getuigen die verklaarden dat Derby tegen zijn wil in het fort werd vastgehouden en wel onder “erbarmelijke omstandigheden”. De Krijgsraad wijst op 4 april een tussenvonnis in deze zaak, wanneer hij zijn oordeel geeft over de door Kanhai opgeworpen excepties
|