|
Ik heb alle respect voor de president |
Paramaribo - “Ik heb geen enkele bijbedoeling. Ik heb alle respect voor de president”, meent DNA-voorzitter Paul Somohardjo. De argumenten die worden opgeworpen in verband met het incident gisteren in het parlement vindt hij “allemaal onzin”. Hij wordt verweten de president bewust niet te hebben toegelaten in de vergaderzaal tijdens de voortzetting van de begrotingsbehandeling.
“Toen ik bericht kreeg van de griffier dat de president te kennen gaf de vergadering te willen bezoeken, was de vicepresident aan het woord. Ik kon onmogelijk de vp onderbreken om de president toe te laten”, verdedigt Somohardjo zich. Volgens de voorzitter stond hij op vertrek en droeg hij na de interventie van de vp op hetgeen Jules Wijdenbosch naar voren had gebracht, de hamer over aan ondervoorzitter Caprino Alendy. Op hetzelfde moment zag hij de president al binnen zitten. Somohardjo is toen naar NF-fractieleider Otmar Rodgers gelopen voor afstemming en hoorde dat Alendy de president welkom heette. “Ik kon niet geloven wat ik hoorde”, stelde hij. Volgens Somohardjo treft hem geen blaam.
Hij vindt dat de president best een minuutje langer had kunnen hebben gewacht. Hij meent dat niet eens tien minuten waren verstreken sinds de boodschap van de griffier. Somohardjo verdedigt zich verder door te stellen dat hij ervan uitging dat de president al eerder in de zaal was geweest. Eerder op de dag had de voorzitter de hamer al overgedragen aan Alendy en die op zijn beurt aan Carmelita Ferreira. Dus ging hij na de verwelkoming door Alendy ervan uit dat de president mogelijk tijdens zijn afwezigheid reeds aan de vergadering had deelgenomen.
Somohardjo beseft dat de wijze waarop het protocol is nagelaten nooit eerder is gebeurd. Hij weet dat anderen dit politiek zullen vertalen naar de verhoudingen tussen de NPS en PL. Hij blijft erbij dat er geen rivaliteit bestaat. Hij houdt zich eraan vast dat hij niet fout heeft gehandeld, maar staat wel achter de verontschuldigingen die zijn uitgesproken in het parlement. “Ik vind het een heel vervelende situatie”, gaf hij tot slot mee.
|