|
Wie is online? |
|
Geen gebruikers online |
|
We hebben 90 gasten online |
|
|
Krijgsraadrechter partijdig volgens advocaat Bouterse |
Paramaribo - De zevende zittingsdag van het 8-Decemberstrafproces eindigde snel na aanvang. De zaak werd geschorst nadat advocaat Irvin Kanhai een akte van wraking indiende. Volgens hem zijn de Krijgsraadpresident én ook de media partijdig. Woordvoerder van het 8-Decemberstrafproces, Marjory Sanches, legt uit dat Kanhai bezwaar maakt tegen de deelneming van de president van de Krijgsraad, rechter Cynthia Valstein-Montnor.
De advocaat zou hebben geconstateerd dat het privé-voertuig van Valstein-Montnor's echtgenoot ‘vaker geparkeerd is gezien' op het terrein van de Nationale Partij Suriname (NPS). Deze auto zou telkens zijn bewaakt door een wachter van de NPS. De auto stond daar geparkeerd omdat echtgenoot Valstein regelmatig gevechtssportlessen op het NPS-terrein geeft. De ruimte waarin deze lessen worden gegeven zou kosteloos aan hem beschikbaar worden gesteld. Desondanks genereert hij een inkomen uit de lessen. En van dit inkomen zou het hele gezin Valstein-Montnor, inclusief de Krijgsraadspresident, hebben ‘geprofiteerd', zo redeneert Kanhai.
Een ander punt dat de raadsman inzake de wraking van de rechter aanhaalt is het feit dat de zoon van president Ronald Venetiaan, tevens voorzitter van de NPS, lid is van de gevechtssportvereniging waar haar echtgenoot Valstein lesgeeft. De raadsman sprak op grond van deze feiten over een ‘nauwe relatie' die de echtgenoot van de rechter - en via hem de rechter zelf - zou onderhouden met de NPS. Hierdoor kan de Krijgsraadspresident volgens Kanhai onmogelijk onpartijdig en onafhankelijk zijn in de zaak tegen zijn cliënt Bouterse. Want: Bouterse is als politiek leider van oppositiepartij NDP automatisch de politieke tegenstander van coalitiepartij NPS. Kanhai concludeert dat niet alleen sprake is van partijdigheid van de Krijgsraadspresident, maar dat bovendien sprake is van een politiek proces.
Kanhai bracht nog een tweede incident in, dat hij gebruikte als verweer in de zaak Bouterse. Volgens de raadsman - die één artikel van dagblad De Ware Tijd (DWT) aanhaalde - zouden alle media partijdig zijn. En - sterker nog - ‘een sterke animositeit' hebben tegen zijn cliënt Bouterse en hem opzettelijk willen lasteren. Op 9 juli verscheen in DWT onder de kop: ‘Kinderen Bouterse in het Fort tijdens executies' een artikel van journalist Greg Sitaram. Sitaram was op 4 juli, de eerste dag met inhoudelijke verhoren, door de Krijgsraad zelf op de vingers getikt om een ander artikel. Hij, en de rest van de pers, moesten voorzichtig zijn met het naar buiten brengen van inhoudelijke informatie uit getuigenverklaringen. Sitaram had - nog voor de rechtszitting - de verklaring van de ex-secretaresse van Bouterse, Eleonoor Brakke-Geer, uit het gerechtelijk vooronderzoek geciteerd.
Op de rechtszitting van 25 juli was het ditmaal de advocaat van Bouterse die inbracht dat Sitaram, en dus DWT en de totale media, de fout in is gegaan. "Er staan pertinente onwaarheden in dit artikel, kennelijk bedoeld om mijn cliënt in een kwaad daglicht te stellen", sprak Kanhai tijdens de zitting. De eis van Kanhai was dat de Krijgsraad nog dezelfde dag hierover een uitspraak moest doen. Hij vond dat op basis van het artikel ofwel de totale media, of alleen DWT, ofwel de desbetreffende journalist moest worden uitgesloten van de zaak Bouterse.
Zover kwam het niet. Door de akte van wraking schorste rechter Valstein-Montnor achtereenvolgens de zaak van de zeven andere verdachten. Zij kon daardoor ook geen uitspraak doen over het al dan niet uitsluiten van de pers. Valstein-Montnor was zichtbaar geëmotioneerd door de aantijgingen van Kanhai. In een poging zich te ontdoen van iedere schijn van partijdigheid, liet zij de openbaar aanklager zich over de kwestie van wraking en uitsluiting van de pers uitspreken. De plaatsvervangend auditeur-militair, Roy Elgin, had net die dag de plaats ingenomen van auditeur-militair John Mohammedamin. Mohammedamin was uitgevallen wegens ziekte.
Ricardo Carrot, waarnemend hoofdredacteur van DWT, zegt dat de krant niet de fout is ingegaan. Hij trekt een voorlopige conclusie, waaruit volgens hem moet blijken dat wat journalist Sitaram schrijft ‘niet verkeerd' is. Het artikel gaat namelijk over een verklaring die de oud-secretaresse van Bouterse, Eleonoor Brakke-Geer, zowel tijdens het gerechtelijk vooronderzoek als tijdens de rechtszitting van 4 juli zou hebben afgelegd. Namelijk dat de kinderen van Bouterse zich in het Fort bevonden tijdens de executies. Kanhai zegt deze vorm van berichtgeving niet alleen ‘laster' te vinden, maar opzettelijke benadeling van zijn cliënt Bouterse. Carrot wil weten of de raadsman van Bouterse de hele pers wil uitsluiten als toch zou blijken dat DWT een fout heeft gemaakt. Carrot ziet alles als een strategisch spel van Bouterse, bedoeld om de pers te weren uit de rechtbankzitting.
De advocaten en nabestaanden zijn teleurgesteld dat juist deze dag, waarop de zaak Bouterse moest worden behandeld, zo'n wending neemt. Kanhai zegt echter niet verwacht te hebben dat Valstein-Montnor op grond van de wraking ook de zaken van de zeven andere opgebrachte verdachten zou schorsen. Daarnaast verklaart de raadsman dat de wraking en het verzoek tot uitsluiting van de pers ‘niets te maken hebben met vertragingstactieken'. Kanhai zou slechts gebruikmaken van geëigende juridische middelen om aan te tonen dat Bouterse niets van doen heeft met de moorden in het Fort Zeelandia. Dat hij desondanks als hoofdverdachte is opgebracht - en dat hij en zijn familie te pas en te onpas besproken worden in de pers - zou erop duiden dat het proces door bepaalde groepen politiek wordt gebruikt.
Ook voor Errol Alibux is de schorsing een teleurstelling. Alibux, ex-premier tijdens het militair regime van Bouterse, is verdachte in het strafproces. Zesentwintig jaar na dato, en negen jaar nadat hij voor het eerst werd aangemerkt als verdachte, was Alibux eindelijk opgeroepen om ter zitting te verschijning. Henk Kamperveen, zoon van 8 december slachtoffer André Kamperveen, beaamt dat de schorsing ‘enigszins een teleurstelling' is. Maar echt verrast is hij niet door de ingebrachte verweren. Kamperveen zegt te geloven in de goede werking van de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie en in het bijzonder van de Krijgsraad. "Alles zal uiteindelijk goed aflopen."
Dwight Bramble, vertegenwoordiger van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), woont als waarnemer regelmatig de rechtszittingen bij. Volgens hem is Kanhai niet over de schreef gegaan, maar doet deze slechts zijn werk. De OAS-vertegenwoordiger denkt dat er uiteindelijk na grondig onderzoek een uitspraak komt die noch Valstein-Montnor noch de pers benadeeld. De pers wordt op dit moment niet ingeperkt, meent hij. "Mocht daar sprake zijn, dan zal de OAS niet lijdzaam toekijken", aldus Bramble.
|
|
|