|
NL heeft geen geld voor rekrutering jonge militairen |
Paramaribo - Het Nationaal Leger (NL) kampt al enkele jaren met het probleem van vergrijzing. En toch kan het NL ondanks een grote belangstelling van jongeren voor een baan bij de defensieorganisatie niet tijdig voor verjonging zorgen. Het argument is ,,Er is geen geld, er komt geen nieuwe lichting", een kort en krachtig antwoord van kapitein Romeo Wesenhagen, hoofd van de afdeling Voorlichting bij het leger, op de vraag waarom er dit jaar geen sollicitatieoproep de deur is uitgegaan.
Als het aan de legertop ligt, zegt Wesenhagen, dan zou er ieder jaar een lichting jongemannen en vrouwen worden gerekruteerd. ,,Maar dat kan niet, gewoon omdat de middelen er niet zijn." Vorig jaar is er wel een lichting binnengebracht, waarvan de nieuwe manschappen zijn onderverdeeld over de Militaire Politie (MP), de Centrale Inlichtingen en Veiligheidsdienst (CIVD) en reguliere legeronderdelen zoals de landmacht, waar de meesten zijn terechtgekomen. In de afgelopen periode is de aanvulling steeds om het ene jaar geweest. De behoefte is volgens de legerkapitein echter veel groter om het leger helemaal in vorm te houden.
Bovendien komen er steeds nieuwe posten bij, die bemand moeten worden: ,, ... Dat betekent dat de weinige mannen die er zijn, ook daarvoor vrijgemaakt moeten worden." Wesenhagen doelt dan op detachementen in de verschillende districten en kennelijk ook op operaties, waarbij de beschikbaar gestelde militairen voor langere tijd nodig zijn, zoals de Operatie Clean Sweep. De vergrijzing is manifest in de hogere rangen, maar is zelfs al te merken bij de onderofficieren. ,,Maar ook bij de manschappen zie je het al aankomen," waarschuwt de legerwoordvoerder. Ter vergelijking vertelt hij, dat het NL regelmatig met Frans-Guyana op het niveau van manschappen meedoet in een velddienstencompetitie. ,,Dan zie je bij Suriname een gemiddelde leeftijd van ongeveer 30 jaar en bij de Fransen ligt dat in de buurt van 20 jaar. Dat komt, omdat zij in staat zijn steeds nieuwe manschappen binnen te halen."
Wesenhagen beredeneert, dat bij genoeg geld een vlotte instroom, opleiding van midden- en hoger kader en de doorstroming bijna vanzelfsprekend worden. Hij twijfelt er niet aan, dat de belangstelling voor het leger nog steeds heel groot is. Dat meet hij af aan het grote aantal jongeren, dat zich steeds meldt, zodra de sollicitaties er zijn.
|