|
Parlement plek voor persoonlijke aanvallen |
Paramaribo - Heel opmerkelijk was gisteren in het parlement dat tijdens de behandeling van het agendapunt ‘wijziging van het Wetboek van Strafrecht’, de zogenoemde zelfverdedigingwet, verschillende parlementariërs ervoor kozen om over en weer persoonlijke aanvallen te plegen. In een tijdsbestek van zeker drie uren lang volgden er slechts over en weer aanvallen in het hoogste college van staat.
De parlementariërs die altijd pretenderen het te menen met de gemeenschap, grepen kleine punten aan om elkaar met de grond gelijk te maken. Er volgde interruptie na interruptie. Het spreken buiten de microfoon werd beslist niet achterwege gelaten, alsook luid gehoon, gejoel en geschaterlach. Dit was het beeld dat gisteren ten toon werd gesteld in het hoogste college van staat.
Toen het NF-assembleelid Sharmila Mangal-Mansaram en de fractievoorzitter van de NDP Kenneth Moenne, het weer eens met elkaar aan de stok kregen, volgden er nog andere. De fractieleider van het Nieuw Front, Otmar Rodgers, die het parlement erop wees dat men hem niet in een hogere mate verantwoordelijk moet stellen voor het gedrag van leden buiten het parlement, kreeg het op een gegeven moment te verduren van het NDP-lid Andre Misiekaba. Ook hetgeen Rodgers had beweerd, dat de NDP en criminaliteit een tautologie of pleonasme zouden betreffen, viel beslist niet in goede aarde bij de oppositie. Volgens Misiekaba moest ‘de fractieleider van het Nieuw Front zich diep schamen’. Hij verlaagde zich volgens Misiekaba tot op een niveau door het bespreken van de NDP. ‘Ik vraag u om parlementair te gedragen. U heeft de NDP besproken’, sprak Misiekaba. ‘Bespreken jullie de VHP, dan gaan jullie horen’, klonk buiten de microfoon. Het lid Ricardo Panka zei het volgende: ‘Wij gaan ons niet verlagen tot dat lage niveau.’
Panka daagde parlementsleden uit op te sommen hoeveel stemmen zij zelfstandig hebben behaald bij de laatste verkiezing in 2005 en de verkiezing ervoor. Naar zeggen van hem is de NDP de grootste politieke organisatie in het land, een voorbeeld voor kleinere partijen. ‘Mi na banabon. O mere je trowe doti gi mi, o moro m’e fatu’, eindigde Panka zijn interruptie. Op een gegeven ogenblik wees het NF-lid Guno Castelen zijn collega’s erop dat er een wet is om te behandelen. ‘We blijven maar doordraaien in cirkels. Het is jammer dat we afglijden naar een punt waar we niet willen zijn’, uitte hij. Ook het NDP-lid Rabin Parmessar, dat in feite het woord moest voeren over de wijziging van het Wetboek van Strafrecht, gaf zijn verhaal heel geëmotioneerd en met stemverheffing prijs. Hij zei dat de NDP, zijn partij, werd getypeerd als te zijn een criminele partij. Hij kon zich niet voorstellen dat dit de hamer van de voorzitter is gepasseerd.
Dat de kwestie die zich afspeelde in het parlement, het NF-lid Ruth Wijdenbosch te veel werd, stak zij beslist niet onder stoelen of banken. Zij gaf heel boos te kennen ‘haar geduld te verliezen’ en suggereerde dat er mogelijk een vertragingstechniek wordt toegepast om de behandeling van de wet te stagneren. Echter, het leek erop alsof de roep van dit parlementslid het parlement wakker had geschud en had doen realiseren waarom men ter plekke was. Meteen hierna vroeg Parmessar die het woord moest voeren, een schorsing aan om in overleg te treden met zijn fractie. Door de fractieleider van de NDP werd benadrukt dat de partij geen enkele intentie heeft om een vertragingstechniek toe te passen. Hierna voerde Parmessar het woord en gaf zijn bevindingen over de wet prijs en kon het parlement normaal vergaderen. Dat de fungerende voorzitter van het parlement, Caprino Alendy, het heel moeilijk had gisteren om het parlement in toom te houden, kwam duidelijk naar voren. ‘Laten wij eindelijk de wet behandelen’, hield hij haast op gebiedende toon voor aan de parlementsleden die nogal met stemverheffing spraken.
|