|
Rechter verwijt DSB-Bank opnieuw nalatigheid |
Paramaribo - De DSB-Bank is opnieuw verweten haar bevoegdheden niet op een juiste manier uit te oefenen. Het verwijt komt dit keer van rechter Dinesh Sewrattan in een civiele zaak die de bank aanspande tegen Parbhoe's Handelsmaatschappij NV.
In een strafzaak van het Openbaar Ministerie tegen de bank in 2006, was DSB-Bank al door rechter Albert Ramnewash verweten niet op de juiste manier te zijn omgegaan met haar verantwoordelijkheden. Bankadvocaat Freddy Kruisland zegt dat DSB-Bank zich onmogelijk kan neerleggen bij deze beslissing van de rechtbank. Evenals bij de rechtszaak het vorig jaar, is nu ook weer hoger beroep aangetekend.
“Parbhoe's Handelsmaatschappij heeft geen rooie cent op geen enkele rekening bij de bank”, luidt het commentaar van Kruisland, aan de Ware Tijd, daarmee het oordeel van de rechter verwerpend.
Het dispuut gaat nu over het wel of niet terugbetalen van twee leningen die DSB-Bank in 1994 en 1995 heeft verstrekt aan Parbhoe's Handelsmaatschappij, voor een totaal bedrag van 300.000 Amerikaanse dollars. De bank, die een civiel proces aanspande en een bedrag eiste van ruim 800.000 Amerikaanse dollar, krijgt niets meer dan het verschuldigde bedrag, met de aan de lening verbonden rente tegen de koers die op dat moment gold.
De rechter oordeelde dat Parbhoe's niet verweten kan worden de schuld niet te hebben betaald, omdat die tot tweemaal toe, eerst een bedrag van 680.000.000 Surinaamse gulden en daarna weer eens een bedrag van 280.000.000 gulden, heeft gestort op een andere privé-rekening bij dezelfde bank. In het vonnis oordeelt de magistraat dat de bank heeft nagelaten zijn bevoegdheden uit te oefenen, door daarmee de lening te verrekenen, dus zijn de consequenties voor rekening van de bank zelf. Eén van de consequenties is, dat het bedrag van 80.000 Amerikaanse dollars dat de advocaat van de bank, Fred Kruisland, heeft opgebracht als te zijn buitengerechtelijke kosten voor het proces, niet door Parbhoe's betaald hoeven te worden. Beide partijen moeten hun gemaakte kosten voor het proces zelf betalen.
Opmerkelijk hierbij is dat dit bedrag van 80.000 Amerikaanse dollar veel meer is dan het restant af te lossen bedrag van de lening, bijkans 50.000 Amerikaanse dollar, waarvoor Parbhoe's Handelsmaatschappij wel is gevonnist die te betalen. Dit is in principe een formaliteit, omdat Parbhoe's Handelsmaatschappij gelden heeft op een privé-rekening bij de DSB-bank.
In de lijn van het oordeel van de rechter betekent dit dat de bank slechts zijn verantwoordelijkheid moet nakomen en gewoon het bedrag van de Parbhoe's rekening moet aftrekken. Hierover zijn de bank en zijn advocaat het volstrekt niet eens met de rechter. Hoewel deze zaak al in februari van dit jaar is voorgegaan, is het vonnis nu net enkele dagen op schrift gesteld.-.
|