|
Slecht imago slimme Surinaamse remigrant |
Hoogopgeleide Surinamers die vanuit Nederland na de studie terugkeren naar hun moederland, kampen met een betweterig en arrogant imago. Ook krijgen ze er in de politiek moeilijk voet aan de grond. „Het duurt tien tot vijftien jaar voordat ze echt zijn geaccepteerd,” stelt onderzoekster Liza Nell, die in december op haar bevindingen promoveert aan de UvA. „Het is een vervelende paradox: de Surinaamse politiek heeft behoefte aan hoger opgeleiden, maar als deze afgestudeerden vanuit Nederland met een koffer vol idealen terugkeren om een bijdrage te leveren, krijgen ze geen warm onthaal.”
Surinaamse leden van studentenorganisaties die terug gingen naar Suriname vormden hun verenigingen vervolgens om tot politieke partijen. „Maar het lukte hen echter niet een grote achterban te mobiliseren, omdat ze werden gezien als ‘verNederlandst’, vooral op het gebied van management en werkwijze. Een groot deel van die bewegingen is opgeheven en opgegaan in andere partijen. Bijvoorbeeld: remigranten die zich in 2005 verkiesbaar stelden werden niet als echte Surinamers gezien en door de media afgerekend op het Nederlandse paspoort waarvan zij pas kort voor de verkiezingen afstand deden. De grootste rel ontstond nadat bekend werd dat de presidentskandidaat van de NDP tegen de regels in een dubbele nationaliteit had aangenomen. Dit was mooie munitie voor de tegenpartij.” Volgens Nell raden de gevestigde Surinaamse volksvertegenwoordigers hun landgenoten met politieke ambities ook vaak af om te remigreren. Deze politici vrezen dat remigranten een voorkeursbehandeling wensen en dat er daardoor gevoelens van ongelijkheid ontstaan. Meindert Fennema, UvA-hoogleraar Politieke theorie van etnische verhoudingen, vindt dat het hoger onderwijs in Suriname steeds meer een driedeling kent. De elite vertrekt voor een studie naar het buitenland, de lagere middenklasse bezoekt de staatsuniversiteit en de groep ertussenin studeert aan privé-instituten met een accreditatie in het buitenland.
|