|
Suriname moet inspelen op hoge voedselprijs |
DEN HAAG - Net als alle andere ontwikkelingslanden, moet ook Suriname inspelen op de wereldwijde hoge voedselprijzen. Het beleid van Suriname moet meer dan ooit gericht zijn op enorme stimulering en behoud van gezinslandbouwbedrijven, die de zogenaamde kleine landbouw beoefenen.
Ook moet enorme stimulans worden gegeven aan de eigen productie boven de import van landbouwproducten uit Europa. Bij een kentering van de voedselprijzen zullen anders de gevolgen enorm zijn voor Suriname, zegt hoogleraar Jan van der Ploeg van de Wageningen Universiteit aan dWT.
“De prijzen zijn nu hoog, maar er komt zeker een kentering daarin”, voorspelt de hoogleraar, die jaren in Zuid-Amerika heeft gewerkt. Volgens hem is er reeds verlaging van de prijzen in de zuivelindustrie te constateren. De voorspelling is ook dat de rijstprijzen vanwege overproductie in de wereld de komende periode kunnen dalen. Het beste om uit deze fluctuerende situatie te komen, is volgens Van der Ploeg het boerenbestand te blijven behouden. Suriname heeft de afgelopen twintig tot dertig jaren echter nagelaten de familiebedrijven (boerenbedrijven) te stimuleren, vindt de hoogleraar.
Hij vraagt zich af wie profijt trekt uit de hoge wereldprijzen voor de voedselproducten. “Komen die de boeren ten goede, de consument of blijven die steken in de tussenhandel”, vraagt hij zich af. “We zullen een situatie krijgen van veel meer turbulentie en ups en downs en de vraag is wat dat betekent voor jou als ontwikkelingsland en hoe speel je daarop in.”
De stimulering van de familiebedrijven en daarmee ook het boerenbestand, moet zorgen voor werkgelegenheid en voldoende productie voor de voeding voor de eigen bevolking. Het bedrijf moet een multifunctioneel karakter krijgen met diverse neveneffecten, zegt de hoogleraar. “Zorg dat je jouw boerenbestand niet kwijtraakt en dat je reserves hebt aan voedsel, anders kunnen tijden van hogere prijzen zich gaan vertalen in hongersnood,” adviseert Van der Ploeg de Surinaamse overheid. Hij benadrukt dat Suriname een “agrarisch potentieel” heeft en het nu een kwestie is om het beleid af te stemmen op de wereldmarktsituatie.
|