|
Suriname valt fors terug op gendergelijkheidsindex |
Paramaribo - Het wegmaken van genderongelijkheid in Suriname is het afgelopen jaar minder goed gegaan. Vooruitgang is geboekt op het stuk van politieke betrokkenheid van vrouwen, maar dit is tenietgedaan door de slechte performance van Suriname voor wat betreft economische participatie van deze doelgroep. Zo concludeert het Wereld Economisch Forum (WEF) in zijn Global Gender Gap Report 2008. Het document is woensdag uitgekomen in Genève, Zwitserland. Door de ontwikkelingen het afgelopen jaar is Suriname met 23 plaatsen teruggevallen van de 56ste naar de 79ste plaats; samen met Bolivia die 31 plaatsen zakte, één van de grootste terugvallers.
Op de lijst staan dit jaar 130 landen die zijn getoetst aan de hand van veertien criteria in de gebieden economische participatie, onderwijs, gezondheid en politieke empowerment van vrouwen. Bij vijf van de criteria doet Suriname het wel voortreffelijk en staat het op die punten op de eerste plaats. Voor wat betreft inschrijving voor lager-, secondair en tertiair onderwijs bestaat in Suriname geen ongelijkheid. Het land staat ook op de eerste plaats voor gezondheidszorg en toegang van vrouwen tot professionele en technische beroepen.
Inhoudelijk kan Jeffrey Joemanbaks, directie-coördinator Nationaal Genderbeleid, nog niet reageren, omdat hij het rapport nog niet heeft. “Ik heb het rapport nog niet ontvangen en het is dus nog niet mogelijk om een vergelijking te maken met vorige rapporten om na te gaan op welke punten we wel vooruitgang hebben geboekt en op welke we zijn teruggevallen”, zegt hij aan de krant. Ook is belangrijk na te gaan welke indicatoren het WEF heeft gehanteerd en hoe ze zijn geïnterpreteerd. De interpretatie van internationale organisaties en instituten hoeft niet altijd overeen te komen met de wijze waarop Suriname dat doet. Een voorbeeld op het stuk van politiek noemt Joemanbaks het politieke systeem in Suriname. In veel landen moeten personen eerst parlementariër zijn, voordat ze tot minister kunnen worden benoemd. Hier is de benoeming in beide functies onafhankelijk van elkaar. Hij voegt eraan toe dat de afgelopen periode verschillende activiteiten zijn uitgevoerd om de achterstandspositie van vrouwen weg te werken. Wat de economische participatie van vrouwen betreft, zijn er wel problemen, omdat deze niet kan worden gemeten. Hun betrokkenheid in het officieel arbeidsproces wel, maar zij die buiten de formele setting werken, blijven onzichtbaar, terwijl ze wel een bijdrage leveren aan de economie. “We kunnen het echter niet in cijfers uitdrukken.” Oud-ondervoorzitter van het parlement Ruth Wijdenbosch vindt de terugval “bedroevend”. Vooral omdat dit volgens haar niet strookt met de deskundigheid en capaciteit die vrouwen daadwerkelijk bezitten. Positief is wel dat op politiek gebied Suriname in de middenmoot zit. “Niet dat ik daarover tevreden ben. In hoge posities zijn wij wel degelijk achteruitgegaan. Er zijn geen vrouwen in de hoogste leiding van het parlement meer en geen vrouwelijke fractieleiders. In de regering zijn wij nooit tot de hoogste posities doorgedrongen”, stelt Wijdenbosch. Verwonderlijk is dat trouwens niet, omdat hoge politieke posities over het algemeen worden gereserveerd voor leiders van politieke partijen “en vrouwen zitten niet in de hoogste leiding van politieke partijen”.
Toch is het NPS-parlementslid blij met het rapport, omdat “we met onze neus op de feiten gedrukt worden”. Wijdenbosch: “Vaak wordt beweerd dat de algemene positie van vrouwen goed is en er nauwelijks nog van enige achterstand sprake is. Met dit rapport kunnen er nu concrete stappen worden ondernomen op basis van specifieke programma’s en plannen om de positie van vrouwen in overeenstemming te brengen met hun kwantiteit en kwaliteit.” Ze verwacht dat op basis van dit rapport de betreffende ministers, samen met hun collega van Binnenlandse Zaken, concrete stappen zullen ondernemen om de positie van de vrouwen daadwerkelijk te verbeteren. “Verhalen over gelijke posities zijn hierdoor een fabel gebleken.” Ook voor de Commissie Vrouwen en Kinderrechten in het parlement is er volgens Wijdenbosch werk aan de winkel. Joemanbaks waarschuwt dat bij ondernemen van acties om de achterstandspositie van vrouwen in te lopen, de positie van de man niet uit het oog moet worden verloren. “We moeten niet een situatie krijgen, dat de positie van de vrouw zodanig verbetert dat de man wordt verwaarloosd en we over enkele jaren programma’s moeten uitvoeren om een achterstandspositie bij de man weg te werken.Er moet sprake zijn van een gelijkmatige benadering en evenwicht”, stelt hij. Bij de beoordeling van het WEF kunnen de landen op alle onderdelen scoren tussen 0 en 1. Suriname haalde een gemiddelde van 0.6674 en Noorwegen, dat opnieuw op de eerste plaats staat, 0.8239. Yemen die als laatste eindigde, scoorde 0.4664. Wat Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied betreft, is Trinidad en Tobago het hoogst gerangschikt op de negentiende plaats. Dit land maakte grote sprongen voorwaarts en steeg 46 plaatsen.
|