|
Trio-Indianen in spervuur diamantkoorts Sipaliwini |
Paramaribo - Diamantzoekers, milieuorganisaties, het commissariaat Sipaliwini, de Geologische Mijnbouwkundige Dienst (GMD) en de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden (Vids). Allemaal personen en organisaties die menen te moeten bepalen wat het beste is voor de lokale indianen van de Trio-stam.
De indianen staan temidden van een spervuur van organisaties die een bepalende tot adviserende rol claimen in het Sipaliwini-gebied waar naar diamanten moet worden gezocht. Terwijl het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) wacht op een advies van het districtscommissariaat om de concessieaanvragen van diamantzoekers wel of niet toe te wijzen, worden de indianen van alle kanten belaagd.
De zaak kwam tot een uitbarsting, toen grootopperhoofd Ashongo Alalaparoe vorige week een door hem gezegelde toestemming aan het mijnbouwbedrijf C-mining heeft ingetrokken. Aanleiding is de vrees voor schade aan het milieu. Guno Chin A Sen, president-commissaris van dit mijnbouwbedrijf, geeft de milieuorganisatie Amazone Conservation Team (ACT) hiervan de schuld. Ook de GMD en het commissariaat zijn verrast door deze veranderde houding van de granman. Op hun advies en onder hun toezicht zijn namelijk meerdere gesprekken gevoerd tussen een delegatie van de inheemsen en C-mining. Tussen Alalaparoe en C-mining zou zelfs een goede relatie zijn ontstaan.
Gwendolyn Emanuels, directeur van ACT, meent dat er onjuiste informatie wordt gegeven aan de indianen, terwijl er internationale regels en richtlijnen zijn hoe dat moet plaatsvinden. Zo zouden de plannen van concessieaanvragers uitgebreid en in de taal van de indianen goed uitgelegd moeten worden en zal de toestemming niet door een deel van het traditionele gezag maar op een krutu genomen moeten worden. Ook Jaqueline Jubitana van de Vids verwijst naar deze internationale regels. Overigens zegt Emanuels dat het gebied waar concessie voor is gevraagd, in een natuurreservaat ligt. Zij wijst er op dat het opperhoofd geen Nederlands spreekt noch verstaat, en de brief waarin hij toestemming geeft, door een van zijn kapiteins of door iemand anders moet zijn is opgesteld.
“We hebben als overheidsinstantie, tijdens die ontmoetingen uitgebreide informatie gegeven over de concessieaanvraag en erop aangedrongen dat de inheemsen alle vragen stellen, teruggaan naar hun mensen en de zaak bespreken. Na enkele van zulke gesprekken hebben zij zelf besloten C-Mining toestemming te geven om slechts verkenningen te doen in het gebied”, zegt Bernard Pansa van de GMD.
Ook Robert Timpico, onderzoeksambtenaar op het commissariaat geeft een soortgelijke verklaring. Beide ambtenaren stellen met zekerheid dat geen van de aangevraagde concessies zich in het natuurreservaat bevinden. Pansa zegt dat de vrees van de milieuorganisatie en van granman, dat er schade zal worden aangebracht aan het milieu, ongegrond is. “Het gaat niet om een concessieaanvraag voor exploratie of exploitatie”, zegt Pansa, “maar slechts om verkenning van het gebied. Daarvoor komen er geen chemicaliën aan te pas. Er wordt vrijwel niets aan het milieu gedaan. Anders zal het zijn wanneer er concessie wordt gevraagd voor exploratie. Dan moet de aanvrager een sociaalimpact studie een milieuplan, een technisch - en economisch rapport overleggen,” vervolgt Pansa.
Chin A Sen zegt te erkennen dat de inheemsen en marrons een historische achterstand hebben en dat zij rechten hebben die gerespecteerd moeten worden. Echter vindt hij niet dat er sprake kan zijn van een staat in een staat-situatie. “Er is nog altijd een centrale overheid die beslist en de uiteindelijke verantwoordelijkheid heeft over wat er moet gebeuren met het binnenland. Vanaf die milieuorganisatie gehoord heeft dat er plannen zijn om het gebied te verkennen, zijn zij bezig de Indianen op te hitsen. Zijn zij misschien de eigenaren van het gebied”, vraagt hij.
Volgens hem kost het veel geld om steeds naar het gebied te gaan, gesprekken te houden met de indianen en hen ook te betrekken bij de verkenningsactiviteiten. “Als de overheid beslist om geen toestemming te geven aan mijn bedrijf, adviseer ik haar om zelf onderzoek te doen en het gebied en de rijkdommen in de bodem niet over te laten aan buitenlandse organisaties.” Hij vindt het een kwalijke zaak dat in organisaties als ACT, er Surinamers zouden zijn die hand- en spandiensten verlenen. Chin A Sen zegt dat deze organisatie precies weet dat er naast medicinale planten er ook diamant en goud in het gebied voorkomen.|
Geschreven door 'Gast' op 2008-05-24 01:15:47 ze zien steeds de binnenlandbewoners waaronder de indianen vaak genoeg als achtergestelde minder ontwikkelde mensen. waar blijven die genen die voor hun belangen moeten opkomen? |
|